shop
0

Klustips – Elektronica

Als je startmotor nog maar met moeite rondgaat, je nauwelijks enig licht ziet en er af en toe een matig vonkje uit de bougies komt dan gaat er bij menig motorrijder ook een lampje uit en moet er een noodplan in werking worden gezet.

 

Aan de slag!
Waar je een mechanisch defect vaak al kan zien met het blote oog zijn elektrische problemen vaak wat vager maar ze kunnen net zo makkelijk het hele raderwerkje stil leggen. Met wat geduld en een – vaak niet eens zo dure – multimeter, kan je al het nodige ontdekken. A little help from your friends kan ook geen kwaad en is nog gezellig ook. Bovendien kan het je een tochtje naar de vakman uitsparen.

stap 1

Als er geen puf meer uit de accu komt, controleer dan het laadcircuit.

De meeste motoren (op een aantal oldtimers, enduro's en brommers na) hangen v.w.b. hun energievoorziening helemaal af van de accu. Licht, claxon, ontsteking, richtingaanwijzers: kortom alles wat spanning nodig heeft. Als je accu leeg is dan werkt niks meer. Een accu kan verschillende oorzaken leeg zijn. Of de accu wordt simpelweg niet meer opgeladen of er lekt spanning weg door een defecte verbinding. Als zich tekenen aandienen dat de accu niet meer goed geladen is, bijvoorbeeld door een traag ronddraaiende startmotor of een alsmaar zwakker wordende koplamp. Of nog eenvoudiger door een knipperend laadstroomlampje op je dashboard dan moet je de eventuele oorzaak gaan opsporen. Ga eerst kijken of je al wat met het blote oog kan opsporen: zitten alle stekkers van en naar je dynamo en je spanningsregelaar wel goed aangesloten? Zijn alle draden vrij van breuken, is alle isolatie nog aanwezig en niet gesmolten door sluiting? Zijn de aansluitingen niet gecorrodeerd? Heeft de 'koperworm' niet toegeslagen, oftewel is de bedrading zelf niet helemaal groen uitgeslagen? Ook de aansluitingen op de accu zelf moeten vrij zijn van corrosie. Schraap dit er eventueel vanaf en zet de polen weer vast met poolvet. Ook aan de dynamo en de regelaar moet je geen beschadigingen kunnen vaststellen (barsten zodat vocht vrij spel heeft bijv.). Mocht je een onderdeel hebben gevonden die schuldig is, dan kan het zo zijn dat er nog andere delen niet in orde zijn, dus controleer ook de rest.
1

Spanning van de accu meten bij stilstand...

2

… en met draaiende motor waar hier een keurige waarde wordt bereikt die niet overschreden mag worden.

stap 1.1

Laadspanning

Het meten van de laadspanning is een simpel klusje om te zien of de accu wel bij laadt. Zet je motor op de middenbok en als het even kan is de motor al warm. Zorg dat je makkelijk bij de accupolen kan en stel je multimeter in op 20V/gelijkspanning (bij een 12 Volt-installatie). Sluit de multimeter aan op de plus en min van de accu. Een accu hoort in ruststand zo'n 12,5-12,8 volt aan te geven. Start je motor en laat het toerental oplopen tot deze 3000 à 4000 toeren draait. Als de laadstroom in orde is hoort de spanning nu, afhankelijk van het type motor, te stijgen tot 13,5-15 Volt. De precieze gegevens staan in het werkplaatshandboek van jouw type motor. Mocht de waarde ruim worden overschreden dan is de regelaar (vaak hetzelfde als de gelijkrichter) defect. Deze regelt dan overduidelijk de spanning niet goed meer wat bijvoorbeeld kan leiden tot een overkokende accu met zuurspetters tot gevolg. Uiteindelijk is dit niet goed voor de accu. Korte spanningsverhogingen kunnen ook wijzen op een defecte regelaar, maar ook de dynamo kan de schuldige zijn. Mocht er helemaal niks gebeuren als het toerental toeneemt dan wordt er niet bijgeladen en is de dynamo aan een nader onderzoek toe.

stap 1.2

Controle van de dynamo

Bekijk voor je begint wat voor dynamo er op je motor gemonteerd is en ga dan de volgende tests uitvoeren:
3

Spoelenset van een dynamo

4

Meten van ontstekingsspanning zonder regelaar

stap 1.2.1

Een dynamo met spoelen

Een dynamo met spoelen wekt door een draaiende beweging van een rotor met magneten stroom op in de spoelen. Vaak is deze rotor gelijk het vliegwiel en deze is bevestigd op een van de uiteinden van de krukas die dan ook vaak meedraait in de olie die zich in het carter bevindt. Defecten kunnen hier ontstaan door zuren die zich in de olie bevinden en die de bedrading hebben aangevroten of omdat de voortdurende verhitting en afkoeling de dynamo teveel worden.

Controleer de niet geregelde laadspanning

Zet het contact af en los de bedrading van de regelaar. Meet nu de spanning die direct van de dynamo afkomt (meetbereik tot 200 Volt wisselspanning instellen op je multimeter)(zie afb. 4). Sluit je multimeter aan op twee contacten van de regelaar. Start de motor en laat het toerental oplopen tot 3-4000 rpm en meet het voltage. Zet de motor uit en ga zo alle mogelijke combinaties langs van de regelaar. Neem een gemiddelde van alle meetwaarden die zo tussen de 50-70 Volt moet zijn. Exacte waarden kan je vinden in je werkplaatshandboek. Als deze waarden inderdaad worden aangegeven is de dynamo in orde. Als je duidelijk een lagere spanning hebt gemeten dan is je dynamo defect.
5

Meten van de dynamo naar massa (weerstand oneindig)

6

Meten van weerstand

Controleer op spanningslekken en weerstand

Als de dynamo geen afdoende spanning geeft dan kan een draadbreuk in een van de spoelen de oorzaak zijn, of lekt er ergens spanning weg. Hier kan je achter komen door de weerstand te meten in de spoelen van de dynamo. Zet het contact uit en stel je multimeter in op 200 Ohm (Ω). Hou de zwarte pen van je multimeter nu tegen massa (de houder van de spoelen bijvoorbeeld, of als deze nog op je motor is gemonteerd, het frame of je motorblok), en de rode pen moet je in elke stekker steken die uit je dynamo komt. Er mag geen enkele weerstand meetbaar zijn, deze moet 'oneindig' zijn (zie afb. 5) anders is er een lek naar de massa. Test met de multimeter elke mogelijke combinatie, ook hier mag geen enkele weerstand meetbaar zijn, of op z'n minst niet boven de 1 Ohm uitkomen (zie afb. 6). Exacte meetwaarden kan je altijd in je werkplaatshandboek terugvinden. Bij hogere waarden is er slecht contact tussen de windingen van de spoelen, bij geen enkele weerstand is er kortsluiting, in beide gevallen is er een defect. Als de spoelen helemaal goed zijn bevonden, maar er is nog steeds te weinig spanning meetbaar dan kan het zijn dat de rotor is gedemagnetiseerd. Deze kan je door een vakman weer laten hermagnetiseren.
7

Oude afstelbare spanningsregelaar

8

Losse gelijkrichter

Controle van de regelaar of gelijkrichter.

Als de spanning die je aan de accu kan meten te hoog oploopt als je gas geeft (afhankelijk van het type motor hoort deze niet meer dan 13,5-15 Volt te zijn) dan is de spanningsregelaar defect en moet vervangen of bijgesteld worden. Op sommige oudere motoren hoef je de regelaar niet meteen te vervangen, maar kan je deze nog bijregelen (zie afb. 7). Deze verdient ook een nader onderzoek als de dynamo zelf goede waarden geeft maar de accu toch niet goed bijgeladen of overbeladen wordt. Demonteer de regelaar en maak ook alle aansluitingen los (zie afb. 8). Stel je multimeter weer in op een meetbereik tot 200 ohm. Meet nu de waarden tussen de massa van de regelaar en de aansluitingen van de dynamo en ook tussen de plus-aansluitingen. Meet in beide richtingen.

stap 9

9

Weerstand meten van de gelijkrichter van de ene...

10

… naar de andere kant

In een richting moet de meting nihil zijn, en de andere kant op niet meer dan 10 maal de andere aangegeven waarde. (zie afb. 9 en 10). Als je zowel linksom als rechtsom dezelfde weerstand meet is de regelaar defect en zal je deze moeten vervangen.
11

Losse collectordynamo

12

Ontstekingsspanning met een tester meten.

stap 1.2.2

Controle van een collector-dynamo

Collector-dynamo's maken geen gebruik van magneten, maar wekken stroom op door elektromagnetisme in het leven groepen door een aparte wikkeling. De collector maakt gebruik van koolborstels, is altijd buiten het motorblok gemonteerd en loopt dus niet mee in de olie. Vaak wordt deze ook aangedreven via de krukas en bedient deze meestal een aparte regelaar. Soms is deze geïntegreerd (zie afb. 11). Defecten worden vaak veroorzaakt door trillingen, het klapperen van de rotor of door oververhitting. De koolborstels en de collector zelf zijn ontworpen voor een lange levensduur. Om ze te kunnen testen is het het handigst hem in het geheel te demonteren. Maak eerst de accu los voor je de dynamo demonteert.

De slechte werking van de dynamo kan worden veroorzaakt door slijtage aan de collector. Check eerst of de koolborstelveren nog wel goed werken en ook de lengte van de koolborstels zelf. Vervang ze waar nodig. De collector moet vetvrij zijn, dus die moet je even schoonmaken met benzine of remmenreiniger. Schuur het eventueel lichtjes op met fijn schuurpapier. De diepte van de sleuven op de collector moet 0,5-1 mm zijn. Dit kan je eventueel zelf bereiken met een ijzerzaag maar als de slijtagegrens van de sleepring bereikt is moet je de collector vervangen. Om de wikkelingen van de rotor door te meten stel je je multimeter weer in op 200 Ohm. Hou nu een pin vooraan en een pin achter tegen een van de lamellen op de rotor; je hoort nu een kleine weerstand te meten van minder dan 1 Ohm (voor de exacte waarden moet je het werkplaatshandboek van je motor even raadplegen). Als de weerstand te hoog is dan zit er ergens een breuk in de wikkeling. Voor het doormeten van de massa moet een hogere Ohm-waarde instellen, de rode pin hou je nu tegen een wikkeling op je stator en de zwarte pin (de min) hou je tegen de behuizing van de dynamo. Hier hoor je een oneindige weerstand te meten, zo niet dan is er ergens een contact naar de massa en is er een defect. Meet nu al deze lamellen separaat (multimeter weer op 200 Ohm). Er moet bij elk geval een lage weerstand zijn van 2-4 Ohm (voor de exacte waarden check je werkplaatshandboek). Als je precies nul meet is er ergens kortsluiting, is de weerstand te hoog, dan is er ergens een breuk en zal je de rotor moeten vervangen. Test ook de verbinding tussen massa en alle lamellen met de hogere Ohm-waarde op je multimeter. Hier hoort steeds een oneindige weerstand te worden gemeten, anders is er ook een defect aan de rotor.

Een collectordynamo die aan het eind van de krukas bevestigd is hoef je niet demonteren om deze te checken. Maak wel de accupolen los en om er goed bij te komen moet even het deksel er af. Een slecht werkende dynamo kan te wijten zijn aan een vettig geworden collector, versleten koolborstels of defecte veertjes. Check of de ruimte waar de dynamo zich in bevindt lekvrij is, dus dat er geen motorolie of regenwater in kan komen. De wikkelingen op de rotor worden doorgemeten op dezelfde wijze als hiervoor beschreven om te controleren of er geen aardlekken of breuken zijn. Ook hier gelden weer dezelfde Ohm-waarden zoals beschreven. Houd je werkplaatshandboek in de buurt om de exacte cijfers te checken. Mocht de dynamo zijn overleden dan kan het moeite lonen om even te gaan shoppen. Een nieuwe kost een bom duiten, maar vaak zijn er motorsloperijen waar je nog wel een goede gebruikte op de kop kan tikken.
13

pick-up voor de ontsteking

14

Startrelais doormeten

stap 2.1

Bobines, bougiedoppen, bougiekabels, bougies

Als de motor niet aanslaat ondanks dat de startmotor gewoon rondgaat en de benzinetoevoer helemaal in orde is (oftewel je bougies worden wel nat) dan is er ergens niet in orde in de aanvoer van de vonken. Bij matige of geen vonken check je eerst de aansluitingen van en naar je bougies en de bougies zelf. Verouderde bougies, kabels en doppen kan je sowieso al vervangen. Het gebruik van irridiumbougies zal al een flinke verbetering zijn, denk hierbij aan een betere start en een efficiëntere verbranding. Als je op de bobine sporen ziet van verbrande of gesmolten aansluitingen dan kan het zijn dat de spanning ergens onderbroken is geweest en een andere uitweg heeft gezocht. Maak in elk geval alles goed schoon en vervang de onderdelen waar nodig. Ook vocht dat door haarscheurtjes in de bobine terecht is gekomen kan tot sluitingen leiden die je niet hebben wilt. Vaak lijken de bobines dan goed te werken tot ze warm worden en geven ze er vervolgens toch de brui aan. Als alles afgekoeld is werkt het weer naar behoren, maar zo kom je natuurlijk niet ver. Er zit niks anders op dan naar vervanging uit te kijken. Om de kwaliteit van de vonk te checken kan een tester praktisch zijn (zie afb. 12). Een goede vonk overbrugt met gemak een afstand van 5-7 mm van de bougiekabel naar de massa. Je kan dit testen door de startmotor rond te laten gaan en ongeveer deze afstand te houden tussen motorblok en de bougiekabel. De bobine zelf kan hier niet al te goed tegen, dus doe dit niet te lang. Zorg ook dat je zelf geen contact maakt met de bougiekabel door bijvoorbeeld rubberen handschoenen te dragen. Ook kan je de vonk testen door de bougie in de dop te steken, de buitenste elektrode tegen het blok te houden, en de motor rond te gooien met startmotor of kickstarter. Een zwakke vonk kan ook veroorzaakt worden door gecorrodeerde bekabeling, vooral bij oudere motoren. Het testen van de bobine zelf wordt doorgaans door de vakman gedaan.

stap 2.2

CDI'tje

Als de bougies, bobines, bougiedoppen en alle bekabeling in orde is dan kan er nog een verdachte zijn als je een motor hebt met een CDI of transducer die de vonken verzorgt. Zo'n CDI is een gevoelig en vaak ook nog duur stukje elektronica waarvoor je even langs de vakman moet om die te laten testen op de werking. Thuis kan je wel al checken of de aansluitingen van en naar de CDI in orde zijn. Elektronische ontstekingen worden vaak gestuurd door een gever (ook wel pick-up genoemd) die vaak op het eind van de krukas gemonteerd is (zie afb. 13). Deze kan je zelf doormeten door je multimeter op 2 KOhm in te stellen. Meet de waarden tussen pick-up en de aansluitingen en vergelijk deze met de waarden in je werkplaatshandboek. Een te hoge weerstand duidt op een breuk en te laag betekent kortsluiting. Stel je multimeter vervolgens in op 2MOhm en meet de weerstand tussen massa en de spoeltjes van de pick-up. Deze moet oneindig zijn, zo niet dan is er een massaprobleem en moet je de spoelen of de pick-up in zijn geheel vervangen.
15

Gedemonteerde startmotor

16

Deze koolborstels zijn in orde

17

Diepte van de collectorgroeven controleren

18

Weerstand tussen de lamellen meten

stap 3.1

Startrelais

Als je bij een goed doorgeladen accu alleen wat gepiep en gekraak hoort als je de startknop ingedrukt houdt en de startmotor niet rondgaat dan is waarschijnlijk het startrelais defect. Dit relais hoort de spanning door te laten van de schakelaar naar de startmotor. Om deze te testen is het het handigst deze in zijn geheel te demonteren. Stel de multimeter in op 200 Ohm. Zorg dat de accu goed doorgeladen is en sluit de min aan op de massa, en de plus van de accu aan op de plus van het relais (dat is in de regel waar de draad van de startknop aan zit (check hiervoor het bedradingsschema van je motor). Een pin aan de 'dikke' draad van de accu en de andere naar de startmotor. Nu hoort het relais een klik te geven en je moet 0 weerstand meten (zie afb. 14). Klikt er helemaal niks of is de weerstand beduidend hoger dan 0 Ohm dan is er een defect aan het relais en moet je deze repareren – indien mogelijk – of vervangen. Meet ook de weerstand via de 'dunne' aansluitingen op het relais en vergelijk deze met de waarden in je werkplaatshandboek.

stap 3.2

De startmotor

Als het relais gewoon z'n werk doet en de accu ook in orde is maar de startmotor toch nog taal noch teken geeft bij een druk op de knop, dan is die knop zelf wellicht de schuldige. Bij oudere motoren is corrosie vaak de boosdoener en moet je contacten even opschuren en inspuiten met contactspray. Je kan de startknop ook doormeten met je multimeter. Meet je bij de aansluitingen van en naar de startknop meer dan 0 Ohm (met de startknop ingedrukt) dan is de startknop niet in orde. Even schoonmaken en nog eens proberen kan de moeite lonen. Als je de startmotor zelf gaat controleren dan is het slim deze even uit te bouwen, maak dan eerst de accu los. Maak de startmotor open (zie afb. 15) en check of de veren de koolborstels nog goed aandrukken en of de koolborstels zelf nog wel genoeg lengte hebben. Als deze versleten zijn moet je ze simpelweg vervangen (zie afb. 16). De collector kan je met remmenreiniger goed schoon krijgen, deze werkt het best als deze vetvrij is. De sleuven moeten tussen 0,5 en 1 mm diep zijn en waar nodig kan je deze met een ijzerzaag nog nabewerken. Of de rotor vervangen mocht dit niet meer baten. Je kan de weerstanden meten door net zoals bij de collector-dynamo te werk te gaan. Stel de multimeter in op 200 Ohm en meet tussen de lamellen alle denkbare verbindingen (zie afb. 18). Je moet hier steeds een lage weerstand meten van minder dan 1 Ohm (check je werkplaatshandboek). Als de weerstand te hoog is geldt hier weer dat er waarschijnlijk ergens een breuk is en zal je de rotor moeten vervangen. Stel nu je multimeter in op 2 MOhm en meet met de rode pin aan een van de lamellen, en de zwarte aan de as van de rotor of er geen verbinding is tussen de rotor en de massa. Hier hoor je een oneindige weerstand te meten (zie afb. 19) anders is er een lek en is de rotor ook defect. Als de rotor veldwikkelingen heeft i.p.v. magneten, dan kan je deze op dezelfde manier testen.
19

Rotor naar massa doormeten

20

Groen uitgeslagen draad geeft minder spanning door

stap 4.1

Schakelaars, stekkers, contactslot, kabelboom

Corrosie en ophopende vervuiling kunnen in de loop van de jaren veel weerstand opbouwen tussen stekkers en schakelaars en andere overgangen. Ook de door de 'koperworm' aangeknabbelde bedrading (die helemaal groen uitslaat, zie afb. 20), geeft de spanning niet goed meer door. Die koperworm bestaat natuurlijk niet echt, maar dit is een vorm van corrosie. In het gekste geval leidt dit tot complete uitval van elektrische componenten maar meestal gaat het gepaard met verminderde werking van bijvoorbeeld verlichting of de ontsteking. Vaak volstaat een visuele inspectie van de bedrading; gecorrodeerde stekkers moet je even schoonmaken en eventueel met contactspray weer aansluiten. Groen uitgeslagen draad is aan vervanging toe. Vaak heeft de bedrading op je motor een doorsnee van 1,5 mm. De pluskabel naar de startmotor is doorgaans veel dikker. Of een deel van je kabelboom nog goed werkt kan je pas nauwkeurig bepalen met je multimeter. Maak de accu los en stel de multimeter in op 200 Ohm. Zorg dat de schakelaars op 'aan' staan als je de bijbehorende verbindingen wilt testen. Als je tussen de beide punten een weerstand meet die hoger is dan 0 Ohm dan is er ergens een verstoring door corrosie of een draadbreuk en zal je deze moeten verwijderen of repareren. Ook kan je zien of er genoeg spanning door de draad komt. Stel je multimeter in op 20 Volt gelijkspanning. Meet tussen de plus en de min van bijvoorbeeld een lamp om te zien of de spanning intact blijft, dus zo rond de 12,5 Volt is. Lagere waarden duiden ook op een slechte aansluiting.

stap 4.2

Spanningslekken

Heb je al een paar dagen niet gereden en is je accu helemaal leeg? Dan loopt er ergens spanning weg door bijvoorbeeld een klokje die op accuspanning werkt of is er ergens een lek. Zo'n lek kan zich ook voordoen in het contactslot, een defecte schakelaar, relais of afgeklemde delen van de draadboom. In dat geval moet je met je multimeter de ampèrage gaan meten. Let erop dat je je multimeter niet met meer dan 10A belast want deze kan dan makkelijk oververhit raken (zie ook de gebruiksaanwijzing van de multimeter). Vermijd in elk geval zo'n meting van de dikke kabel tussen startrelais en accu, en startrelais en startmotor of dynamo! Zet het contact van de motor uit en maak de minkabel van de accu los. Stel de multimeter in op milliampères. Houd nu de rode pin aan de losgemaakte minkabel en de zwarte aan de minpool van de accu. Als er een waarde afleesbaar is lekt er ergens spanning weg en zal je stuk voor stuk verdachte onderdelen uit moeten schakelen op je motor en steeds opnieuw moeten meten tot je de schuldige gevonden hebt. Een geduldklusje dus die je tot in de puntjes zal moeten uitvoeren om uit te dokteren waar het defect zit.

stap 5

Aardlek

Als je achterlicht lichtjes meeknippert met de richtingaanwijzers als je de bocht om wilt of de verlichting maar matig werkt dan kan er ook ergens een aardlek zijn. Controleer of de massaverbindingen allemaal in orde zijn op je motor en ook aan de accu. Check ook de pluskabel van je accu of deze niet ergens tegen massa aanschuurt. Corrosie op de accupolen kan ook al snel tot problemen leiden. Schuur de polen schoon en maak de bedrading weer vast met poolvet.

Benodigde artikelen

Tot slot

Let op: De klustips bestaan uit algemene handelingen die per voertuig of individuele onderdelen zeer kunnen verschillen. Ook kunnen omstandigheden per locatie nogal verschillen. We kunnen dus geen enkele verantwoordelijkheid voor de juistheid van de informatie in de klustips nemen. Dank voor je begrip.
Laagste prijs garantie
Snelle verzending
Gratis verzendkosten
Gratis betaalkosten
Gratis 1 jaar retourneren
Achteraf betalen